Waarom bieden we Arsbisch taal aan aan de kinderen?

Veel migrantenkinderen / vluchtelingenkinderen groeien op in twee culturen. Op school spreken en
leren de kinderen Nederlands. Daarna spelen ze soms verder met andere kinderen en praten ze vaak
ook weer Nederlands. De kinderen oefenen het Nederlands dus beduidend meer dan hun ouders.
Thuis wordt er Arabisch gesproken of een mengeling van Arabisch en Nederlands. De ouders
constateren dat de kinderen het Arabisch steeds minder goed beheersen naarmate ze langer in
Nederland zijn. De ouders kunnen het Nederlands niet meer leren beheersen op het niveau van de
kinderen, waardoor er thuis steeds meer miscommunicatie ontstaat tussen de generaties. Een en
ander betekent dat het opvoeden van de kinderen bemoeilijkt wordt. Daarom is het belangrijk dat de
kinderen ook de Arabische taal voldoende blijven beheersen
Vanaf 2004 is er in Nederland geen landelijk beleid meer voor onderwijs in eigen taal en cultuur.
Toch zijn vele deskundigen het erover eens dat migrantenkinderen niet alleen goed Nederlands
moeten leren, maar dat ook kennis van de taal van de ouders van groot belang is. Het vermindert de
kloof tussen thuis en school en zou ertoe leiden dat kinderen ook beter presteren in andere vakken.
Wanneer je kinderen een eigen identiteit gunt dan zijn de lessen in eigen taal en cultuur onmisbaar.